Op 17 mei zullen we de internationale dag tegen homo- en transfobie vieren. Nu, ‘vieren’ is misschien niet het gepaste woord. De brutale moord op een homoseksuele man in Beveren zit nog vers in ons geheugen. Hetzelfde met de Tsjetsjeense strafkampen voor holebi’s. Om nog maar te zwijgen over de populisten in eigen land die zich publiekelijk lijken te scharen achter holebi-rechten, maar wanneer de daad bij het woord gevoegd moet worden zich enkel laten kennen door afwezigheid en stilte. En oorverdovend klinkt die stilte. Want ze zegt zo ongelooflijk veel en vooral niet veel goeds.

Het is daarom bijzonder hoopgevend wanneer instellingen die zich die stilte normaal zo snel eigen maken, ze dan toch doorbreken. Ook dat vergt moed. Toen Bisschop Johan Bonny zijn solidariteit uitte met de holebi-gemeenschap, leek het dik wolkendek over onze samenleving even open te breken. Zou dit afgelopen jaar vol crisis en tegenslag ook het jaar zijn dat de Kerk erkent dat al haar andere geboden in het niets vervallen als ze de naastenliefde niet naar de gehele mensheid doortrekt? Van een hoopvol ‘ja’, zijn we inmiddels al afgegleden naar een meer voorzichtig ‘misschien’. Het woord kwam er snel, maar de daden bleven uit. Vanuit de welwillendheid zou je dat verbale schouderklopje kunnen interpreteren als een ongeziene daad van steun, maar van je brandweer verwacht je ook meer dan een kop koffie als je huis in brand staat. En daar wringt het schoentje nu net. In 2016 rapporteerde de VRT nog dat één op de vier holebi’s al eens een zelfmoordpoging ondernomen zou hebben, een cijfer dat menigmaal hoger ligt dan het nationaal gemiddelde. Tot op de dag van vandaag is uit de kast komen immers geen sinecure. Homo- en transseksualiteit worden gezien als keuzes van mensen met mentale problemen. Ze zouden dwalend en onnatuurlijk zijn. Maar net die natuur heeft hen gemaakt. Ze verschillen op geen enkele manier van anderen in hun menselijkheid. Als dusdanig moeten ze ook beroep kunnen doen op alle diensten die door de overheid voorzien worden. Logisch. Toch?

Inderdaad. Logisch. Maar toch schiet België net daar schromelijk tekort. Er wordt geschat dat we de erkende religies jaarlijks financieren met om en bij de 600 miljoen euro. De overheid stelt meer dan 2000 priesters te werk die hun eigen ambtenarenstatuut hebben. 2000 ambtenaren die door ons – en ook door de holebi-gemeenschap zelf- betaald worden om burgers te discrimineren. Volgens de Vaticaanse interpretatie van de Bijbel is het huwelijk immers enkel tussen een man en een vrouw en mag seks enkel plaatsvinden na het huwelijk. Afwijkingen luiden een leven vol zonde in. Die interpretatie staat in Belgische stenen en altaren gebeiteld. Geen afwijking mogelijk.

Het tegenargument wordt wel eens gegeven dat de Kerk diens doctrine niet gewoon kan updaten. Ze is immers geen blitse iPhone. Maar toch doet ze net dat wel en vrij vaak zelfs. Zo zal je geen enkele priester nog vinden die de steniging bij overspel aanprijst, ondanks dat ook dat in diezelfde heilige geschriften staat. Hetzelfde overigens met het planten van verschillende graansoorten of -je raadde het al- nog meer steniging.

De legendarische VN-diplomaat Sergio Di Mello kreeg ooit het verwijt dat de VN te log was en niet in actie schoot waar dat moest gebeuren. In zijn gevatte repliek zit ook wat we naar de Kerk toe niet mogen vergeten. “Zij die de structuur onveranderlijkheid verwijten, erkennen niet dat zij zelf die onveranderlijkheid in stand houden.” Een verbaal schouderklopje mag in die context geen bliksemafleider zijn voor verantwoordelijkheid die men wel degelijk kan en moet nemen. De holebi-beweging heeft geen schoenkijkers aan de zijlijn nodig, maar mensen die erkennen dat hun moreel gezag staat met hun handelen. In het buitenland lijkt die boodschap alvast door te sijpelen. Duitse priesters kwamen er sinds maandag massaal in opstand tegen de Vaticaanse leer. Ze zegenden doorheen het hele land homohuwelijken in. We zijn inmiddels vrijdag 14 mei en de wereld lijkt toch niet meer te vergaan dan een jaar geleden. Ook de sprinkhanenplaag blijft uit. Het spel moet daar boven dan toch niet op de wagen gezeten hebben bij de échte erkenning van zoveel naastenliefde.

Tot slot…

Over welke profeet het ook gaat, lijken er twee geboden toch steeds aan de basis te liggen voor al die andere regels. De eerste hebben we al uitgebreid behandeld, dat een religie een belevenis van liefde en acceptatie moet zijn. De tweede zegt dat woorden en daden elkaar moeten vergezellen. In een Vlaams café zou men dat ook wel eens het verbod op tweezakkerij durven noemen. Religies kunnen zich enerzijds niet het geld van de belastingbetaler laten welgevallen om diezelfde belastingbetaler vervolgens de dienstverlening te weigeren op basis van een arbitraire doctrine.

De Kerk en haar collega’s in België staan bijgevolg vandaag op een kruispunt. Ze zullen moeten kiezen. Als ze zich met veel plezier laten financieren door de belastingbetaler, zijn hun beroepsbeoefenaars eerst mens, dan pas priester. Eerst ambtenaar, dan pas clerus. Voor de samenleving, door de samenleving. Zonder uitzondering.

Dàt is dienstbetoon.

De redactie van De Liberale Wereld