“Tis weer ne politieker.” “Ah, nog ne zakkenvuller.” “Die ondemocratische regering met hun coronamaatregelen….#nietmijnregering” zijn de drie eerste quotes die me opvallen als ik mijn social media nog eens openzwaai. Het is bagger, ik weet het. Zijn dit dan de woorden van de zogenaamde ‘kritische burger’ waar we al jaren op wachten? Let’s face it, de laatste decennia hebben de oude democratieën, zoals de onze, zware klappen gekregen. Wie denkt dat we in België nog kunnen spreken van een gezonde  ‘geloofwaardigheid’ van het politieke systeem moet dringend een oog- en ooroperatie ondergaan. De vraag van 1 miljoen is natuurlijk: Wat nu?

Er heerst al jaren een bezorgdheid over de afnemende betrokkenheid van burgers. Deze kan verschillende gedaanten aannemen: de lage opkomst bij verkiezingen, het afnemende vertrouwen in het parlement gecombineerd met andere tekenen van sceptisme, cynisme of gebrek aan vertrouwen in politici en politieke partijen. Het overdreven grote verkiezingsresultaat van een extreemrechtse partij, zoals het Vlaams Belang bij de laatste verkiezingen, bevestigt dit alleen maar.

Er moet iets veranderen, zoveel is duidelijk. Maar waar beginnen we? Bart Somers deed al een verdienstelijke poging door bij de lokale verkiezingen de opkomstplicht af te schaffen en een “rechtstreeks” verkozen burgemeester een lokale meerderheid te laten vormen. Nu komen Egbert Lachaert, Patrick Dewael en Kristof Calvo op de proppen met het stemrecht op 16 jaar voor de Europese verkiezingen. Een fundamenteel recht voor onze jongeren en een versterking van onze democratie, zo luidt het. Maar is het dat ook?

Hold your horses!

In theorie kan ik de indieners van het voorstel enkel maar gelijk geven. 16-jarigen hebben al enorm veel rechten in ons land en zijn volop bezig met het ontwikkelen van hun kritische geest. Het is niet logisch dat we hen de kans ontnemen om mee te denken en te beslissen over hun toekomst. Maar laat één ding duidelijk zijn. Hen enkel kiesrecht geven, bij welke verkiezing dan ook, is een stap overslaan. ‘Hold your horses!’ en laat ons beginnen bij het begin: op de schoolbanken.

In Vlaanderen verwachten we dat deze schoolbanken onze jongeren voorbereiden op hun rol als kritische burger in de samenleving van morgen. Er wordt van hen, als burger, verwacht dat ze de mogelijkheid hebben om kritisch vanuit een eigen benadering zichzelf en de samenleving in vraag te kunnen stellen, dat ze actief gaan participeren aan het politieke proces en de normen en waarden van de democratie zullen ondersteunen. Dit is van cruciaal belang voor het voortbestaan van een democratische samenleving, maar stel dat deze schoolbanken er helemaal niet meer in slagen om van onze jongeren kritische burgers te maken? Wat dan?

We proberen even iets nieuws.

Uit de International Civic and Citzenship Education Study blijkt al duidelijk: Vlaamse scholen zijn minder gericht op politieke participatie dan in andere landen het geval is. Ze scoren gemiddeld laag op participatie, stemintentie,  tolerantie t.o.v minderheden en besteden amper aandacht aan het kritisch omgaan met social media. Dat laatste is met de opkomst van Fake News nochtans belangrijker nu, dan ooit te voren.

Ik ging zelf op onderzoek uit en probeerde de ‘ademocratische’ attitude bij jongeren op onze Vlaamse schoolbanken te detecteren. Voor duidelijkheid wil ik toch even stellen dat er een enorm grote verschillen zijn tussen antidemocratische en ademocratische attitudes. Personen met die ademocratische attitude vertonen in het algemeen een grote onverschilligheid tegenover politiek en democratie. Ze zijn er niet tegen (anti), maar hebben absoluut geen interesse in politiek en hebben dan ook geen behoefte om te gaan stemmen bij verkiezingen. Sterker nog, ze hebben geen flauw idee wat politiek en democratie betekenen en hebben weinig begrip van discussies over maatschappelijke thema’s.

Mijn conclusie? De schade bij leerlingen uit het ASO bleef ‘beperkt’. De ademocratische attitude was er zelfs zeer moeilijk te detecteren, maar zeker wel aanwezig. De ASO-leerlingen hadden in het algemeen een positievere stemintentie, waren al eens naar een klimaatprotest geweest (of hadden de intentie om te gaan) en konden gemakkelijk in debat treden over verschillende maatschappelijke thema’s. In het TSO en BSO daarentegen bleef het akelig stil. De onverschilligheid en nonchalance tegenover democratie en politiek was daar te ver geëvolueerd. Het besef van het belang van democratie of kennis over politiek was totaal afwezig.

“De enige links en rechts die ik ken, zijn de richtingaanwijzers van mijn scooter.”

Paniek is niet nodig, maar een zekere bezorgdheid is wel op zijn plaats. Het was nog maar een verkennend onderzoek, maar dat deze attitude zo dominant aanwezig is, is geen goede zaak. Het zijn namelijk niet enkel de ASO-leerlingen die het Europees kiesrecht krijgen op hun 16 jaar of die later moeten overtuigd worden om tijdens de lokale verkiezingen naar de stembus te trekken. Het initiatief van de heren Lachaert, Calvo en Dewael moet hand in hand gaan met de implementatie van meer burgerschap in het lessenrooster van alle Vlaamse leerlingen en dat op alle leerniveaus. Alleen zo kan deze poging om de democratie te verstevigen, slagen en brengen we politiek weer dichter bij onze jongeren. 

Als het stemrecht op 16 jaar wordt goedgekeurd dan is het de plicht van ons onderwijssysteem om hen klaar te stomen zodat ze met een kritische blik en de nodige kennis dit recht kunnen uitoefenen. Die kritische blik komt, helaas, niet vanzelf. En laat ons eerlijk zijn, is het niet schandalig dat hier zo lang al sprake van is, maar dat burgerschap nog altijd niet in ons schoolbeleid verankerd is?

Tijd voor actie.   

Dieter Goovaerts voor De Liberale Wereld