Skip to main content

Vorige vrijdag toch grotendeels onder de radar gevlogen: Raoul Hedebouw, telg van het marxistische huis PVDA, sprak zich uit over het mensenrechtendrama van de Oeigoeren dat zich afspeelt in Xinjiang. Daarbij werd het onderwerp door Hedebouw handig verdraait naar de Verenigde Staten die zogezegd de mensenrechten zouden misbruiken als een geopolitiek instrument in de regio. De PVDA onthoudt zich tevens traditioneel in de Kamer als het aankomt op de Oeigoeren. Hoe is het mogelijk dat Belgische politici anno 2021 schijnbaar nog dwepen met de Communistische Partij in China?

Verbijsterend: Het waren de eigen woorden van Hedebouw in een interview met La Libre vrijdag die meer stof hadden moeten doen opwaaien in ons Belgisch perslandschap. Het was vooral de politieke journalist Wouter Verschelden die een wenkbrauw optrok door wat er in het interview te lezen viel en de ‘mental gymnastics’ van Hedebouw onder de loep nam op de nieuwssite Business AM.

Hedebouw klinkt in het interview een beetje als een lastpost op een internetforum die op het punt staat om een drogreden te gebruiken wanneer hij zijn redenering in het artikel inzet met de beruchte ‘maar’-hefboom: “Met onze onthouding verdedigen we de acties van China niet. MAAR de Verenigde Staten en zijn bondgenoten gebruiken de mensenrechten hier wel als een geopolitiek instrument”. Dat staat er misschien niet letterlijk en toch zegt Hedebouw dat wel in enkele korte paragrafen. De ‘maar’-constructie met verwijzing naar de VS staat er helaas wel.

Deze slappe benadering tot de complexiteit van geopolitiek in Azië, de relatie tussen de Verenigde Staten en China, en het drama van de Oeigoeren in China houdt geen steek. Het ‘communistische’ China, dat miljoenen mensen uit de armoede heeft getild, zou moeten opboksen in een ‘nieuwe Koude Oorlog’ tegen een soort westers blok met de Verenigde Staten op kop.

Hoewel de spanningen tussen de Verenigde Staten en China ongetwijfeld toenemen en zelfs een wapenwedloop in de Stille Oceaan teweegbracht met Taiwan als inzet, is de realiteit niet zo simpel. En waarom kunnen wij als Europeanen die opbouw van geopolitieke spanningen trouwens niet veroordelen terwijl we ook de brutale wreedheden jegens de Oeigoeren aankaarten?

Nog een wake-upcall voor Hedebouw: de Communistische Partij in China heeft geen zier meer te maken met het marxistische erfgoed buiten de verwijzing in naam. Hoewel Xi Jinping zelf nog zweert bij het zogenoemde ‘Socialisme met Chinese karakteristieken’, ligt de waarheid vermoedelijk wat anders. Onder vorige burgervaders zoals Jiang Zemin en Deng Xiaoping bloeide China weer geleidelijk open voor privé-investeringen uit het buitenland. Dankzij deze deelname aan de globale economische motor en de ontwikkeling van een sterke industrie en hongerige maar bijzonder innovatieve techsector (China kent zeker 30 miljoen start-ups) fleurde het land weer op. Hoezeer dat te maken heeft met het harde werk van een aantal Chinese generaties die een beter leven voor hun nageslacht wilden creëren of met de begeleidende hand van de staat, laat ik over aan historici en economen.

De successen van China enkel voor het marxisme ‘claimen’ klopt wel niet. Hetzelfde geldt voor het grote aantal mensen die ook uit de armoede werden gehaald in Vietnam, waar Hedebouw in het interview nog naar verwijst. Het stinkt een beetje naar Oriëntalisme als je suggereert dat Aziatische naties als Vietnam en China niet in staat zouden zijn om zelf recht te krabbelen na de verschrikkelijke oorlogen en crisissen die ze doorgingen zonder onder de vleugels van het communisme te worden genomen. Internationale marktdeelname, een enorm sterke culturele mentaliteit en collectieve drang naar verandering kwamen daar even goed aan te pas.

Ironisch want: Hedebouw beschuldigt Europeanen ervan om met een westerse bril naar die landen te kijken. De Verenigde Staten zouden het echte probleem zijn omdat ze overal soldaten legeren. 

Het is een beetje naïef om er van uit te gaan dat China geen ambities heeft die zwaar verwant zijn aan het westerse imperialisme van weleer. Vraag maar na bij Hongkongers, Tibetanen en Taiwanezen of China geen soldaten stuurt. Enkele Indische soldaten, die meerdere malen met Chinese soldaten letterlijk op de vuist gingen over een grensgebied aan het Himalayagebergte, zullen het ook over een andere boeg gooien dan Hedebouw.

En wat met de systematische uitroeiing van Oeigoerse cultuur, totale vernietiging van duizenden gezinnen en gedwongen assimilatie van een minderheidsgroep binnen China? Geen prioriteit. ‘Waarom haalt niemand de discriminatie van moslims in India aan?’, vraagt Hedebouw zich ook af. Het probleem is dat deze (zeer terechte) opmerking onze politici niet zou mogen toelaten om de situatie in Xinjiang over het hoofd te zien. En zeker niet om zich te onthouden bij debatten en stemmingen in de Kamer over deze kwestie.

De finale nagel in de doodskist: Het lijkt erop dat Hedebouw zich ook niet stoort aan de Chinese aanwezigheid in Afrika. Daar wordt al jaren uitvoerig over gedebatteerd onder politici, academici, journalisten binnen het continent en daarbuiten. Wat we wel zo goed als zeker weten, is dat er wel degelijk sprake is van zogenoemde ‘debt traps’ waarbij China bewust de torenhoge schulden van bepaalde Afrikaanse landen uit de hand laat lopen om dan zelfgebouwde havens en mijnen binnen de regio in eigen handen te nemen of contracten voor zeldzame mineralen te verzilveren. Dat mag je gerust neokolonialisme noemen.

Maar er is zeker evengoed sprake van bepaalde win-winsituaties waar de lokale bevolking kan profiteren van een betere infrastructuur en de nabijheid van nieuwe scholen en ziekenhuizen.

Opnieuw is de situatie niet helemaal zwart-wit. Maar Hedebouw wuift ook die complexiteit weg. De Chinezen zouden de Afrikaanse overheden niet rechtstreeks vertellen wat ze moeten doen, meent Hedebouw. Dat doen ze inderdaad niet. De Chinezen spelen het geopolitieke spel een pak slimmer dan dat en blijkbaar hebben ze zelfs meneer Hedebouw om de tuin geleid.

Jeremy Van der Haegen voor De Liberale Wereld.